1. In het vrouwenvoetbal komen veel blessures aan de enkel voor. Opvallend is
dat er weinig gebruik wordt gemaakt van enkeltape en enkelbraces ondanks de
bewezen effectiviteit hiervan bij sport(st)ers na een eerder enkelbandletsel.
2. Veel blessures worden veroorzaakt door aanzetten/neerkomen, verstappen/verdraaien en plotseling wenden/keren. In het algemeen is bekend dat een goede actieve stabiliteit van enkels, knieën en romp belangrijk is ter voorkoming van blessures. Door interventies (als specifieke stabiliteitstrainingen enkel/knie/ romp) toe te gaan passen kan het preventieve effect worden beoordeeld.
3. Van de voetbalsters krijgt 16% te maken met een herhaling van een blessure.
Preventieve maatregelen als enkeltape/enkelbrace na een enkelbandletsel zijn
al eerder bewezen effectieve preventieve maatregelen. De preventieve maatregelen
die genomen kunnen worden bij recidief blessures door onder andere onvoldoende en niet verbeterde getraindheid/actieve stabiliteit (van bijvoorbeeld de knie) spreken voor zich.
4. Meer dan de helft van de speelster is geblesseerd geraakt en was gemiddeld
21 dagen niet training-/wedstrijdfit. Een kwart van de blessures is geleidelijk
ontstaan. Vermoeidheid wordt vaak genoemd als bijdragende factor van het
ontstaan van de geregistreerde blessures.
Ter voorkoming van blessures moet er evenwicht zijn tussen de training-, wedstrijdbelasting (voetbal), algemene belasting (school/werk/privé) en de belastbaarheid (afhankelijk van o.a. getraindheid, bouw, medische voorgeschiedenis etc.) van de speelster. Dit zal dus per persoon verschillen en deze balans zal onder andere door de medische staf en coaches gewaarborgd moeten worden. Medische keuringen, goede medische begeleiding en het (zo nodig) bijstellen van de training-/wedstrijdbelasting kunnen hierin een belangrijke rol spelen.
5. Een groot deel (41%) van de speelsters heeft nog last van restklachten (voornamelijk pijnklachten). De behandelaar (met name de fysiotherapeut) speelt
een belangrijke rol als adviseur naar de speelsters en de coach.
Conclusie:
Ter voorkoming van secundaire blessures en recidief blessures is een goed
herstel van de blessure belangrijk en zal een speelster dus bij voorkeur geheel
klachtenvrij moeten zijn om wedstrijdfit te worden verklaard. Een goed overleg
tussen speelster, coach en behandelaar is hierbij noodzakelijk.
Bron: www.veiligheid.nl/sportblessures



